AMSTERDAM, 4 augustus 2026 – Nederlanders wanen zich financieel onaantastbaar. We geven onze financiële opvoeding een hoog cijfer en maken ons amper zorgen over geld. Toch ontbreekt een solide spaarplan. Bijna de helft spaart simpelweg 'wat er aan het eind van de maand overblijft'. Dat blijkt uit het Spaaronderzoek 2026 van Ayvens Bank.
De contrasten met buurland Duitsland zijn scherp. Daar maakt 36 procent zich meer financiële zorgen dan een jaar geleden. In Nederland is dat slechts 16 procent. Die rust zorgt voor Hollandse gemakzucht. Waar 31 procent van de Duitsers de onrust omzet in actie en volgend jaar méér wil sparen, blijft de Nederlander afwachtend (23 procent).
De basis voor deze ontspannen houding ligt in onze opvoeding. Maar liefst 70 procent van de Nederlanders stelt van huis uit voldoende financiële kennis te hebben meegekregen. In Duitsland is dit beduidend lager (56 procent).
Dat hoge zelfvertrouwen leidt niet tot structuur. De 'restpost-methode' – sparen wat er toevallig overblijft – is met 49 procent de meest gekozen strategie in Nederland. Slechts 5 procent heeft een concreet langetermijnplan.
Het onderzoek legt daarmee een opvallende paradox bloot. Hoewel het financiële zelfvertrouwen in Nederland hoog is, leidt dit in de praktijk vooral tot een afwachtende houding. Waar de Duitse spaarder de regie pakt met vaste maandbedragen en langetermijnplannen, laat de Nederlander het spaarsaldo vaker over aan de waan van de dag. Zonder financiële zorgen lijkt bij hen vaak de prikkel te ontbreken om het spaargedrag structureel aan te passen.
Het Spaaronderzoek 2026 is in mei 2026 uitgevoerd door onderzoeksbureau Dynata in opdracht van Ayvens Bank. Er zijn in totaal 2.027 respondenten ondervraagd (1.020 in Nederland en 1.007 in Duitsland) van 18 jaar en ouder die aangeven te sparen.