De overstap naar verantwoorde palmolie loont

De overstap naar verantwoorde palmolie door het bedrijfsleven is niet alleen goed voor de natuur, maar levert ook economisch profijt op. Dat blijkt uit de studie Profitability and Sustainability in Palm Oil Production. Het rapport toont aan dat de economische baten van de certificering van palmolie volgens de principes van de RSPO – de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie- de kosten ruimschoots overstijgen.

Profitability and Sustainability in Palm Oil Production is het eerste onderzoek ooit naar de economische kosten en baten van certificering in de palmoliesector. De studie werd gedaan door het Wereld Natuur Fonds (WNF) in samenwerking de Nederlandse en Britse ontwikkelingsbanken FMO en CDC. Directeur Johan van de Gronden van WNF: “Zeker nu onderzoek aantoont dat er geen sprake is van financiële belemmeringen, moeten meer bedrijven snel overgaan op het gebruik van verantwoorde palmolie.”

Kosten

Het rapport Profitability and Sustainability in Palm Oil Production toont dat bedrijven die verantwoord werken, vooral kosten maken voor de identificatie en het beheer van waardevolle natuur binnen hun palmolieconcessie. Ook het betrekken van kleinere palmolieboeren en de lokale bevolking bij de certificering kost geld, net als het proces om de verantwoorde palmolie in de keten gescheiden te houden van niet-verantwoorde palmolie.

Hogere baten

Die kosten wegen echter bij lange na niet op tegen de baten. Die worden gerealiseerd door de afname van conflicten met de lokale bevolking en betere bedrijfsvoering. Zo komen bij gecertificeerde bedrijven minder bedrijfsongevallen voor, worden minder kosten gemaakt voor het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen en is de betrokkenheid van het personeel groter. Voor certificering wordt de bedrijfsvoering bovendien uitgebreid gedocumenteerd. Dit leidt tot meer transparantie en minder bedrijfsrisico. Hierdoor wordt de toegang tot de kapitaalmarkt van gecertificeerde bedrijven beter.

Meer vraag

De wereldwijde vraag naar palmolie groeit. De aanleg van plantages gaat echter ten koste van tropisch bos in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Het leidt tot conflicten over landrechten met de lokale bevolking en tast het leefgebied aan van bedreigde soorten, zoals tijgers, neushoorns en orang-oetans. De economische groei van de palmoliesector hoeft echter niet ten koste te gaan van mens en natuur. In 2008 werd, mede door het WNF, de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO) opgericht voor producenten, handelaren, eindverbruikers, financiële instanties en maatschappelijke organisaties in de palmolieketen. De principes van de RSPO bepalen dat palmolie productie niet mag leiden tot schending van landrechten en het verlies van waardevolle natuur. Momenteel wordt tien procent van de wereldwijde vraag naar palmolie geproduceerd volgens dit principe

Nederland

Voor een toename van de verantwoorde palmolieproductie van is vooral een stijging van de vraag nodig. Wereldwijd wordt slechts de helft van de verantwoord geproduceerde palmolie verkocht. Een recente studie van de Task Force Duurzame Palmolie geeft aan dat in 2011 pas 21% van het Nederlandse palmoliegebruik verantwoord was. Dat aandeel moet en kan volgens het WNF snel groter worden. Goed voorbeeld is zuivelproducent FrieslandCampina. Het bedrijf schakelde binnen een jaar volledig over op het gebruik van verantwoorde palmolie.