Bij fair trade denk je al snel aan koffie, maar hoe zit het met de spijkerbroek die je draagt? De bloemen die je koopt? En die koffie, is die eigenlijk wel helemaal zuiver? Hoewel er steeds meer producten verkrijgbaar zijn die met respect voor mens en milieu zijn gemaakt, denk aan producten van Max Havelaar en Return to Sender, is er nog een lange weg te gaan. Vanaf maandag 14 juni in de themaweek ‘Eerlijke’ handel op Holland Doc 24 zien we dat producenten in de ontwikkelingslanden nog verre van eerlijk worden beloond.
Wereldwijd worden meer dan twee miljard koppen koffie gedronken. Toch lijken maar weinig koffiedrinkers zich bewust te zijn van de herkomst van ‘het zwarte goud’. De koffie industrie wordt volledig gedomineerd door multinationals, terwijl de koffieboeren in derdewereldlanden er nauwelijks een cent aan verdienen. Voor Black Gold (2006) reisden filmmakers Marc en Nick Francis de hele wereld over om de lange productielijn van koffie, van plantage tot café, in kaart te brengen.
Hoe serieus zijn we bezig zijn om via eerlijke handel de kansen voor de ontwikkelingslanden te vergroten? Ondanks alle beloften en goede bedoelingen, is de toegang van ontwikkelingslanden tot de Westerse markt nog steeds zeer beperkt door de hoge tarieven. Hierover gaat de documentaire Het andere gezicht: Eerlijke handel - redelijke mensen? (IKON, 2002) van Frank Vellenga.
In de katoen- en textielindustrie in Latijns-Amerika en Azië werken veel arbeiders onder erbarmelijke omstandigheden. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het verven en bleken van de katoen leidt tot vergiftigingen en ziekte onder de werkers. Een nieuw patroon in de jeansindustrie (RVU, 2001) volgt de ontwikkeling van een project van ontwikkelingsorganisatie Solidaridad, die samen met boerenorganisaties in Peru en Mexico werkt aan de productie van een 'eerlijke spijkerbroek'.
Bloemen houden van mensen. Althans, dat wil de bloemenindustrie ons graag doen geloven. Of bloemen echt van àlle mensen houden is de vraag… Duurzaamheid staat hoog in het vaandel van de bloemenindustrie. Maar het grootste deel van de in Nederland geveilde rozen wordt geproduceerd in ontwikkelingslanden waar de loonkosten laag zijn en de milieuvoorwaarden soepel. Ton van Zantvoort toont in Een bloeiende handel (VPRO, 2010) op indringende wijze de wereld van Jane, Kennedy en Oscar, die allen afhankelijk zijn van de grote bloemkwekerijen in Naivasha in Kenia.
In de Tegenlicht-aflevering De laatste markt (VPRO, 2007) van Shuchen Tan komt de Indiase topeconoom Prahalad aan het woord. Hij is van mening dat we armen in de wereld niet meer moeten zien als slachtoffer of last, maar als prijsbewuste consumenten. Multinationals als Unilever en Philips zouden armoede niet als een probleem moeten beschouwen, maar als een kans op een nieuw afzetgebied.
In Fairy Trade (VPRO, 2007) wordt Sunny Bergman gevolgd tijdens een tocht door Kenia, waar zij in het kader van ‘Trade, not aid’ maïs koopt van boeren in het westen en dat verkoopt voor negen koeien. Bergman onderzoekt of ze de koeien kan exporteren naar Nederland.
Rijke West-Afrikaanse vrouwen kleden zich graag in 'echte' Afrikaanse stoffen, geproduceerd door het Nederlandse bedrijf Vlisco. Het product wordt verkocht door locale zakenvrouwen. Eén van deze gefortuneerde dames rijdt in een Mercedes en staat bekend als 'Mama Benz'. Karin Junger maakte hierover de documentaire Mama Benz en de smaak van geld (IKON, 2002).
Kijk voor de uitzendtijden op: www.hollanddoc.nl