Green Screen op IDFA 2013

De kaartverkoop van het aankomende IDFA, dat van 20 november tot en met 1 december voor de 26e keer plaatsvindt in Amsterdam, start vandaag. Het programma bevat 288 titels (uit ruim 3000 inzendingen), waarvan 100 documentaires hun wereldpremière tijdens het festival beleven. Ook dit jaar presenteert het IDFA weer documentaires onder het Green Screen Label: bijzondere, veelzijdige documentaires over duurzaamheid, milieu, dieren en natuur.

Green Screen Day

Een selectie van deze Green Screen films wordt vertoond tijdens de Green Screen Day in de Brakke Grond. Deze  documentaires zijn geselecteerd door het Green Film Making Project – een initiatief van duurzaamheidsplatform Strawberry Earth. Simone Weimans (NOS Journaal) presenteert deze groene filmdag, met inleidingen en Q&A’s met filosofen, specialisten en wetenschappers.

De kaartverkoop begint vanavond om 19.00 uur.

Het Green Screen Label presenteert de volgende titels:

The Human Experiment van Dana Nachmann (VS)

Waarom krijgen zo veel meer mensen borstkanker? Waarom hebben stellen steeds meer moeite om zwanger te worden? Meer dan door zichtbare rampen als terreuraanslagen en treinongelukken lopen we gevaar door chemicaliën om ons heen, betoogt filmmaker Dana Nachman. Ze volgt onderzoekers, activisten en ervaringsdeskundigen van San Francisco tot New York in hun strijd om fabrikanten te bewegen giftige stoffen uit hun producten te halen. De film schetst de impact die kunstmatige conserveringsmiddelen hebben op de volksgezondheid en toont de ramp die zich ongemerkt in ons lichaam lijkt te voltrekken. Vaak zijn fabrikanten niet verplicht om de toegevoegde gifstoffen op de verpakking te vermelden, sommige chemicaliën zijn zelfs niet voldoende getest. Betrokken Amerikanen voeren actie door waarschuwingsstickers te plakken op cosmeticaproducten of handtekeningen te verzamelen voor het aanpassen van etiketteringsregels. De camera volgt een stel dat met hulp van IVF probeert zwanger te worden en registreert bijeenkomsten van borstkankerpatiënten die zich inzetten tegen kankerverwekkende stoffen in voedsel en gebruiksvoorwerpen. De film stelt de vraag of fabrikanten onwetende consumenten gebruiken als proefkonijnen. Er is ook goed nieuws: de toenemende bewustwording over duurzaamheid leidt mondjesmaat tot een cultuuromslag bij cosmetica- en voedselproducenten, en het vak ‘groene scheikunde’ verspreidt zich over steeds meer universiteiten.

 

Pandora’s Promise van Robert Stone (VS)

Van sommige films weet je op voorhand dat ze een prominente rol gaan spelen in het maatschappelijke debat. Pandora's Promise is zo'n film, doordat hij een opmerkelijk licht werpt op misschien wel het grootste vraagstuk van dit moment: de toekomst van onze energievoorziening. De film is een vurig pleidooi voor nucleaire energie uit onverwachte hoek, met getuigenissen van milieugoeroes en voormalige anti-kernenergieactivisten als Mark Lynas en Stewart Brand. Filmmaker Robert Stone, die eind jaren tachtig debuteerde met de alarmerende documentaire Radio Bikini over de Amerikaanse atoomproeven bij de Marshall-eilanden, tekent het verslag van hun 'bekering' op: hoe ze steeds meer twijfels kregen bij het traditionele standpunt van de milieubeweging ten aanzien van atoomenergie, en tot het inzicht kwamen dat die juist een hoopgevend perspectief biedt op een toekomst zonder fossiele brandstoffen. Want dat ideaal is cynisch genoeg gedurende tientallen jaren van klimaatactivisme alleen maar verder van ons verwijderd geraakt. Stilistisch sluit de documentaire aan bij de retorische traditie van films als An Inconvenient Truth en Inside Job. Met veel overredingskracht weerlegt Pandora's Promise een aantal aannames over kernenergie, terwijl de film een optimistisch beeld schetst van een schone nucleaire toekomst. Daarmee levert hij zeker stof om de discussie over de globale energiehuishouding weer eens te heropenen.

The Ghost in our Machine van Liz Marshall (Canada)

Een pleidooi voor dierenrechten door de lens van fotografe Jo-Anne McArthur, die we volgen op haar missie bewustzijn voor dieren te creëren. Niet door het uitvoeren van acties, maar met haar foto’s. Van verminkte vossen, doorgedraaide nertsen en laboratoriumhonden tot op elkaar gepropte varkens en koeien; alles komt voorbij in haar collectie. Het verspreiden van deze beelden is effectiever dan woorden, weet ze. Want, zoals een undercover onderzoeker zegt: schade kunnen de industrie en verzekeringsmaatschappijen makkelijk opvangen, media-aandacht niet.
Bovendien, zegt McArthur zelf, "bevrijding van de dieren gaat het systeem niet veranderen. Mijn taak is mensen hierover te informeren." En dus gaat de kijker mee op guerilla fotosessies in apen- en vossenfokkerijen, bij het protesteren tegen de varkensindustrie, op bezoek bij geadopteerde labhondjes en een dagje fotograferen bij het Dolfinarium. Ook komen we bij Farm Sanctuary, een reservaat voor boerderijdieren waar McArthur haar toevlucht zoekt als het dierenleed haar te veel wordt. Hier, en door McArthurs monologue interieure die de documentaire begeleidt, krijgen we een kijkje in de ziel van deze dierenliefhebber. Het contrast tussen haar fotodocumentatie van de zogenoemde factory farms en de romantische beelden van Farm Sanctuary wordt gedurende het verloop van de documentaire steeds schrijnender.

No Land No Food No Life  van Amy Miller (Canada)

Generaties lang ging het goed. De lokale boeren in vruchtbare delen van ontwikkelingslanden voorzagen in hun eigen levensbehoeften. Ze hielden vee op hun uitgestrekte stuk land en verbouwden uiteenlopende gewassen. Vaak konden er zelfs overschotten worden verkocht waarmee de boeren het schoolgeld voor hun kinderen betaalden. Filmmaker Amy Miller toont aan dat deze situatie inmiddels drastisch is veranderd. Dorpjes in achtereenvolgens Mali, Uganda en Cambodja laten een vergelijkbaar beeld zien: alle boeren zijn van hun land verbannen door grote landbouwbedrijven met internationale investeerders. Regeringen geven groen licht aan de bedrijven, die zij tevens actief helpen bij het toe-eigenen van het grondgebied. "Wij zullen ons land nooit opgeven. Dat is hetzelfde als het verkopen van onze ziel. Het is hetzelfde als doodgaan", aldus een strijdlustige Malinese vrouw die haar grond hardhandig in beslag genomen zag worden door 120 ingezette politiemannen. Interviews met de boeren, beslagleggers en belangenbehartigers worden in de maatschappijkritische film afgewisseld met beelden van demonstraties en activistische bijeenkomsten. Voice-overteksten en sobere animaties geven historische context en benadrukken de schrijnende situatie die zowel de voedsel- als de klimaatcrisis in de hand zou werken.

The Coal Miner’s Day van Gaël Mocaer (Frankrijk)

"Dit is ons blussysteem. Als er brand uitbreekt, dan knappen ze en komt het water naar beneden", legt een van de mijnwerkers aan de filmmaker uit. Hij heeft het over een paar vuistgrote waterzakken die provisorisch aan het lage plafond van de mijngang zijn opgehangen. "Als één grote waterval." Met gevaar voor eigen leven gaan honderden mannen dagelijks de Oekraïense Bouzhanska-mijn in, waar ze steenkool winnen met behulp van roestig materieel uit de Sovjettijd. Het is zwaar, ongezond en gevaarlijk werk, dat dankzij de relatief hoge beloning - twee tot vier keer zoveel als er in de stad valt te verdienen - voor veel jonge mannen toch aanlokkelijk is. Eens per jaar worden ze geëerd op de Dag van de Mijnwerker, een relict uit het Sovjettijdperk, waarop de meest verdienstelijke arbeiders tijdens een kitscherig ritueel een roos krijgen van de mijndirecteur. De rest van het jaar worden de kompels door hun bazen genegeerd, gekoeioneerd of geïntimideerd. Om hun veiligheid maalt niemand. In de loop van een jaar registreerde Gaël Mocaër het werk, de kameraadschap en het onbehagen in en om de mijn. Geleidelijk aan overwint hij de scepsis van de mijnwerkers, en zo slaagt hij erin een reeks beklemmende en onthullende momenten vast te leggen.

Pipeline van Vitaly Mansky (Rusland/Tsjechië) 

In 1983 werd de gaspijpleiding Urengoy-Pomary-Uzhgorod aangelegd. Deze pijpleiding verbond het op-een-na-grootste gasveld ter wereld in het West-Siberische Urengoy (de grootste is in Qatar) met de West-Europese afzetmarkt. De 4500 kilometer lange leiding is uitgegroeid tot een van de vitaalste aderen van de Russische economie: volgens Vladimir Poetin vormen gas- en olieinkomsten de helft van Ruslands besteedbare kapitaal. Gedurende 104 dagen trok gelauwerd regisseur Vitaly Mansky met zijn crew vanaf de Siberische rand van Europa, dwars door zeven verschillende landen om opnamen te maken van het leven langs de route die twee uiterste punten van Europa met elkaar verbindt. Niet iedereen profiteert van Ruslands gasrijkdommen. Op veel plaatsen is de dagelijkse worsteling zichtbaar en voelbaar. Hier een daar tekent Mansky een verhaal letterlijk op, maar vaker toont hij zich een observant die in opvallend mooi gefotografeerde beelden verbindingen probeert te leggen tussen al die verschillende levens. De geopolitieke vraagstukken die onder het oppervlak schuil gaan, laat hij sluimeren om ruimte te bieden aan het persoonlijke verhaal. Iedere plaats die hij in deze roadmovie aandoet, levert een bijzondere miniatuur op: een groep mannen die in het ijzige Siberië een vracht stinkende dode vissen uit een wak vist; een huwelijk dat gevierd wordt op de grens tussen Azië en Europa; de verwoede pogingen om in de bevroren grond een graf te delven; of een rondreizende geestelijke die met zijn mobiele kerk (een treinstel!) zieltjes probeert te winnen.        

Tyres van Kyaw Myo Lwin en Myo Min Khin (Myanmar/Duitsland)

Vele handen maken vele dingen. Op een werkplaats in Yangon, de voormalige hoofdstad van Myanmar, worden oude autobanden getransformeerd tot een reeks volledig nieuwe voorwerpen. In een consistent ritme van snijden, schrapen, trekken, zweten, scheuren, pellen en weer snijden worden de banden ontdaan van hun oorspronkelijke vorm. Uitgeklapt en opgerold vinden ze luttele meters verder een nieuwe bestemming, waar kundige ambachtslieden emmers en slippers maken uit de lappen rubber, en staalborstels van het ijzerdraad. De werkplaats wordt bevolkt door arbeiders van elk geslacht en allerlei leeftijden: een jonge vrouw in sarong voedt haar kind tussen de bedrijven door, terwijl een oude rot gaten boort met een zelfgemaakte machine en jongens in blote bast een partijtje chinlone spelen. Soms eist het werk zijn tol. "Van dit soort arbeid word je niet rijk, je kan er net van rond komen", oordeelt een ervaren recycler over een jongen die van overwerken een schouderontsteking kreeg. "Dus waarom zou je hebzuchtig zijn?" Maar naar hem luisteren ze niet, dat weet hij ook wel. Ieder werkt hier op zijn eigen tempo, in zijn eigen ritme. Snijden, schrapen, trekken, zweten, scheuren, pellen en weer snijden.

Aim High in Creation van Anna Broinowski  (Australië) 

Anna Broinowski woont in een klein, vredig dorp in Australië. De rust wordt echter verstoord door mogelijke gasboringen aan de rand van het dorp. Anna maakt zich zorgen om de toekomst van de natuur en de gezondheid van haar dochter. Geïnspireerd door de revolutionaire Noord-Koreaanse cinema wil ze een ware propagandafilm te maken om de gasboringen te stoppen. Ze onderneemt een reis naar Noord-Korea, waar ’s lands beste filmmakers haar laten zien hoe ze een film kan maken waarin de ‘slechte plaatselijke politici’ verslagen worden door de ‘heroïsche, hardwerkende burgers’. Met als leidraad de filmregels van grote leider Kim Jung Il gaat ze in de leer bij een Noord-Koreaanse regisseur, neemt ze acteer- en taekwondolessen en laat zich informeren over filmmuziek. Er volgen bijzondere ontmoetingen met mensen uit de filmindustrie die enerzijds hun woorden zorgvuldig kiezen maar anderzijds een oprechte warmte tonen. Terug in Australië wordt haar cast in een heus Kim Jong Il-bootcamp gedrild zodat ze in staat zijn de ware, socialistische emotie over te brengen. In deze komische en bevlogen documentaire komen de Noord-Koreaanse en Westerse cinema nader tot elkaar. Anna neemt de tips van haar Noord-Koreaanse collega’s ter harte: zowel het camerawerk en de montage als de muziek in de documentaire zijn doorspekt met elementen uit de Noord-Koreaanse film.

Ecopolis China van Anna-Karin Grönroos (Finland)  

De Finse ingenieur en schrijver Eero Paloheimo droomt van een nieuwe Silicon Valley met plek voor twintigduizend mensen en tien ‘innovatiecentra’ die volledig zijn gericht op het ontwikkelen van schone technologie en een ecologische levenswijze. Tien jaar lang probeerde hij het plan in Europa aan de man te brengen, maar het bleek er te bureaucratisch. Democratie, gelooft hij, is te traag om de crisis op te lossen waar de wereld zich in bevindt. Nu ziet hij voor China een pioniersrol weggelegd bij het veilig stellen van de toekomst voor de mensheid. Paloheimo’s plannen kruisen die van multimiljonair Zhang Yue. Ooit was hij de eerste Chinees met een privéjet, maar Zhang heeft zijn levensvisie bijgesteld en het vliegtuig weggedaan. Zijn leven draait om duurzaamheid, en dat maakt hem naar eigen zeggen gelukkig en vrij. Hij is ervan overtuigd dat een betere wereld niet begint bij het volk, maar bij de rijken. Maar Zhang denkt groot, erg groot. Zijn Chinese gedroomde stad moet de hoogste en snelst gebouwde toren worden, met twintig indoor-boerderijen die groente produceren voor twinitgduizend mensen. In het binnenste van het piramidevormige megagebouw genieten mensen van kunstmatig zonlicht.                     

Drill Baby Drill van Lech Kowalski (Frankrijk)

In het oosten van Polen, vlakbij de grens met Oekraïne, ligt een agrarisch gebied dat vanwege de schone lucht en de vruchtbare grond de ‘longen van Polen’ wordt genoemd. Hier wonen boeren die al generaties lang op dit land hun graan verbouwen en hun vee houden. Iedereen heeft er zijn eigen bron met helder, schoon water. Op een dag komen de bewoners erachter dat een van ’s werelds grootste energiemaatschappijen Chevron van plan is om boorinstallaties te bouwen om schaliegas te winnen. Aanvankelijk staat niet iedereen negatief tegenover de plannen: men realiseert zich dat nieuwe vormen van energie nodig zijn en hoopt dat de regio zal profiteren van deze nieuwe impuls. Maar al gauw slaat de stemming om, als informatie wordt ingewonnen over de schadelijke effecten van schaliegasboringen voor de volksgezondheid en het milieu en als duidelijk wordt dat Chevron niet bereid is volledige openheid van zaken te geven. Onder aanvoering van de burgemeester en zijn vrouw trekt het dorp ten strijde tegen de multinational. Documentairemaker Lech Kowalski legt de protesten vast, waarbij hij regelmatig wordt tegengewerkt door medewerkers van Chevron, en verweeft het verhaal met beelden uit de Amerikaanse staat Pennsylvania, waar al langer naar schaliegas wordt geboord.

Tiger Mountain van Jie Wu (China)  

Ontluisterende film die een stem geeft aan de door de autoriteiten genegeerde inwoners van een door kolenindustrie zwaar verontreinigd Chinees plattelandsdorp, waar bijna driekwart van de sterfgevallen door longkanker wordt veroorzaakt. De film volgt de arme dorpelingen gedurende anderhalf jaar in hun dagelijks leven, dat wordt gedomineerd door vervuild water, dikke rookpluimen uit de schoorstenen van de nabijgelegen energiecentrales, gesprekken over zieke bekenden en familieleden, begrafenissen en zorgen over de toekomst van hun kinderen. Een van de doodzieke oud-koolarbeiders is Huaien Wang. Hij is een van de weinigen die gebruik maakte van de mogelijkheid om naar de rechter te stappen. Onderzoeken naar de oorzaken van de vervuiling en sterfte onder de dorpelingen werden zonder conclusies afgerond, beloftes aan de onteigende boeren om te delen in de winst van de energiecentrales of de kwaliteit van hun leefomgeving te vergroten niet nagekomen. In dit observerend hd-cam-verslag staat de familie van Huaien Wang centraal, naast de steeds terugkerende rokende schoorstenen van de kolen- en chemische industrie die hun levens dramatisch heeft veranderd.                            

The Brick van Htoo Tay Zar, Htuu Lou Rae, Min Thu Aung, Yan Naing Ko en Zin No No Zaw (Myanmar/Polen)

Negentig minuten rijden van Yangon, Birma’s grootste stad, ligt een klein dorpje dat geheel in het teken staat van zijn grootste exportproduct: bakstenen. Iedereen, jong en oud, man en vrouw, draagt bij aan de steenproductie. De korte documentaire The Brick brengt het dagelijkse leven van de inwoners van het dorp op eenvoudige wijze in beeld. Niet de bekende beelden van te jonge kinderen die te zwaar werk uitvoeren, maar juist met nadruk op de gemeenschap waarin iedereen zijn eigen, zware, taak vervult. De steenproductie is voor alle inwoners onderdeel van het dagelijkse leven: jonge jongens hakken de klei uit de grond, een aantal vrouwen perst de klei in mallen, een groepje mannen bakt de stenen in een oven en uiteindelijk verlaat een vrachtwagen vol bakstenen het dorp. Hoewel de film in slechts zes dagen is geschoten en gemonteerd, als onderdeel van de Solidarity Shorts International Workshops, door onervaren filmmakers die nooit eerder een camera hadden bediend, straalt er een vredige rust uit de korte documentaire. Door de kalme, verstilde beelden en de routinematige werkzaamheden krijgt The Brick een voortkabbelend ritme waarbij interviews niet nodig zijn en de beelden voor zichzelf spreken.

The Horses of Fukushima van Yojyu Matsubayashi (Japan)

Wat een pech hadden de drieëntwintig paarden die in 2011 de nucleaire ramp bij Fukushima overleefden. Na de tsunami te hebben doorstaan zaten ze vast in hun stallen nabij het rampgebied, dat de Japanse regering met een straal van twintig kilometer had afgesloten. Hun verzorgers waren bij de evacuatie gedwongen de paarden achter te laten. De dieren stonden er niet alleen bloot aan extreem hoge straling, maar ook aan uithongering. Hoe moeilijk zo'n grondige verwaarlozing te herstellen valt, blijkt nadat de overlevende paarden naar stallen buiten de gevarenzone zijn gebracht. De ribben van onze protagonisten zijn nog maanden daarna te tellen. Er is te weinig geld voor voer, geen toestemming ze uit de stallen te laten, en van het gebrek aan beweging krijgen ze koliek. Een duizend jaar oude traditie lijkt hun enige gelukje: het lokale paardenfestival waar ze aan mee hadden moeten doen voorkomt dat de overheid ze laat slachten. Maar hoe geschikt zijn de getraumatiseerde dieren eigenlijk nog voor het festival? Van de kleinste dingen raken ze in paniek. Misschien heeft hun redding meer te maken met de door de regering gevreesde zwarte markt voor paardenvlees - een delicatesse in Japan. Eenvijfde ervan komt uit Fukushima, maar gelukkig voor de arme dieren hebben ze radioactief gras gegeten.