Tweederde van alle door Nederland geïmporteerde rozen komt uit Kenia. Daar worden bloemen vaak onder erbarmelijke omstandigheden geproduceerd. Lonen zijn te laag om fatsoenlijk van te kunnen leven, elementaire arbeidsrechten worden geschonden en seksueel geweld op de werkvloer zijn aan de orde van de dag.
De rozen die wij dus vaak met liefde aan een ander geven, blijken dus een heel wat minder liefdevolle achtergrond te hebben. Het Nederlandse rozenaanbod dat een eerlijke productie garandeert blijkt erg laag: slechts 0,3 % is fair trade gecertificeerd. Om de consument hiervan bewust te maken initieert ontwikkelingsorganisatie Hivos de campagne 'Power of the Fair Trade Flower'.
Op die manier wil Hivos de vraag naar fair trade bloemen stimuleren en een ommekeer maken in de bloemenindustrie. De campagne richt zich op consumenten, winkeliers en handelaren. In de productielanden in Afrika zelf werkt Hivos met partnerorganisaties aan de verbetering van de arbeidspositie van vrouwen in de bloemenindustrie. Power of the Fair Trade Flower spoort consumenten aan om:
1. Vrouwen in de bloemenindustrie in Oost Afrika te steunen door over hun situaties te lezen en reportages over hen te bekijken op www.powerofthefairtradeflower.nl. Door deze verhalen en foto's zoveel mogelijk te delen via eigen social media kanalen, worden steeds meer Nederlandse consumenten zich bewust van de wantoestanden in de bloemenindustrie. En dat is een goed begin.
2. Naar eerlijke bloemen te vragen bij uw winkelier of in de supermarkt. De reden dat er zo weinig fair trade bloemen verkrijgbaar zijn is dat de verkopers denken dat er geen vraag naar is. Door de vraag van de consument te vergroten zal het aanbod hierop aangepast worden. Consumenten zijn machtiger dan ze soms denken.
3. Zo veel en vaak mogelijk eerlijke bloemen te kopen. Deze zijn in elk geval verkrijgbaar bij de volgende supermarkten: Plus en Albert Heijn,of bij Deen (Supermarkt keten in Noord-Holland).
Bij bloemenkwekerijen in Oost-Afrika wordt zeventig procent van het werk verricht door vrouwen. Zij krijgen vaak minder betaald dan mannen voor precies hetzelfde werk. Productiewerk is voor veel vrouwen de enige optie omdat ze ongeschoold zijn. Hun onderhandelingspositie is slecht - voor iedere medewerker tien anderen - en van het loon dat ze verdienen kunnen ze meestal niet rondkomen. Goede kinderopvang bijvoorbeeld is onbetaalbaar.
De managementfuncties bij de kwekerijen worden vaak bekleed door mannen. Het komt regelmatig voor dat zij misbruik maken van hun positie door seksuele gunsten te vragen in ruil voor vrije dagen of contractverlenging. Bovendien worden de vrouwen blootgesteld aan gezondheidsrisico's omdat ze onvoldoende beschermd worden tegen agressieve chemicaliën. De actie die nodig is om dit te veranderen begint van onderop. Werkneemsters strijden daarom samen met lokale partnerorganisaties voor verbetering van hun situatie. Meer rechten, zeggenschap en eerlijker loon komen ook voor deze sterke vrouwen niet vanzelf.
Onderdeel van Power of the Fair Trade Flower is een fototentoonstelling op het Amsterdamse Museumplein die op 31 oktober aanstaande werd geopend. Voor deze buitententoonstelling heeft een aantal vooraanstaande fotografen zich laten inspireren door verhalen van weerbare vrouwen in de bloemenindustrie. De foto’s van Carli Hermès, Cornelie Tollens, Koen Hauser, Ingrid Baars, Corbino! en Aatjan Renders verwijzen naar de discriminatie van vrouwen, de ongezonde werksituatie en het seksueel geweld in de Afrikaanse bloemenindustrie.
Fotograaf Maarten Corbijn heeft zelf een bezoek gebracht aan Kenia. “Ik heb me daar soms geschaamd Hollander te zijn. De arbeidsomstandigheden bij veel bloemenkwekerijen zijn ver onder de maat, terwijl Nederland de belangrijkste afnemer en doorvoerhaven van Keniaanse bloemen is. De vrouw die ik heb gefotografeerd heeft dankzij haar werk op zo’n foute kwekerij twee miskramen gehad en een pokdalige huid van alle pesticiden waarmee ze in aanraking is gekomen. Bovendien kreeg ze zo weinig betaald dat ze 's avonds na zessen nog een tweede baantje moest nemen om te kunnen eten. Niet echt een ‘rooskleurig’ bestaan dus.”
Na Amsterdam zal de fototentoonstelling op meerdere plekken in Nederland te zien zijn.