De bijensterfte wordt niet veroorzaakt door neonicotinen maar door de varroamijten. Dat schreef Kees van Heemert, rijksbijenteeltconsulent bij het vroegere ministerie van Landbouw en commissielid van de wereldbijenorganisatie Apimondia, in een opiniestuk in de Volkskrant van 11 juli 2011, met als titel 'We hoeven niet bang te zijn dat de honingbij uitsterft'
Van Heemert gaf wel toe dat de grote giftigheid van neonicotinen voor bijen onder laboratoriumomstandigheden een feit is, maar beweerde dat tot op heden uit geen enkel veldonderzoek gebleken is dat bijenvolken - bij gebruik volgens de toelatingsvoorschriften - aan neonicotinen doodgaan. De verschillende 'ongelukken' in Duitsland, Italië, Frankrijk en Slovenië, waar pneumatische zaaimachines insecticide van verkeerd behandeld zaaigoed de lucht in bliezen, waardoor bijen werden vergiftigd, konden worden voorkomen door verbetering van de zaaigoedbehandeling èn door aanpassing van de zaaimachines. 'Bij verkeerd gebruik' kunnen de middelen ook het oppervlaktewater verontreinigen en daarom moeten de wettelijke toelatingen inderdaad worden aangepast, zo redeneerde van Heemert.
Hij bagatelliseert op een onverantwoordelijke wijze het rampscenario dat zich op dit moment voltrekt in heel de wereld en veroorzaakt wordt door een nieuwe generatie insecticiden, de neonicotinoiden, met als belangrijkste vertegenwoordiger het imidacloprid. Aldus Henk Tennekes.
Deze gaf op 25 mei 2011 een voordracht in het Bijenhuis in Wageningen over de mogelijke relatie tussen het gebruik van neonicotinoïde insecticiden en de verhoogde bijensterfte. Hij deed dit op uitnodiging van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en kwam op basis van eigen werk en literatuuronderzoek tot de conclusie dat er overduidelijke aanwijzingen zijn dat chronische blootstelling van bijenvolken aan neonicotinoïden (door besmetting van stuifmeel en nectar) betrokken is bij de verhoogde bijensterfte Imidacloprid verzwakt en vermindert de prestaties van een bijenvolk en maakt het gevoeliger voor parasieten. Er zijn aanwijzingen dat neonicotinoiden de ontwikkeling van werksterbijen kunnen vertragen (en daarmee de vruchtbaarheid van de Varroa mijt verhogen) en de levensverwachting van bijen kunnen verkorten.
Subletale doseringen van imidacloprid kunnen een negatieve werking hebben op het navigatievermogen en foerageren van haalsterbijen. Tevens is overduidelijk aangetoond dat met neonicotinoiden behandeld maiszaad bij het inzaaien bijensterfte veroorzaakt, die in Oostenrijk door het inzetten van deflectoren op maïszaaimachines niet kon worden verhinderd. Op dit laatste punt heeft van Heemert zijn lezers dus misleid. Er is geenszins sprake van 'ongelukken' of 'verkeerd'gebruik'. Bijensterfte is inherent aan het inzaaien van met neonicotinoiden behandeld maiszaad. Bovendien is het zogenaamde 'guttatiewater' (zweetwater) van jonge maisplanten acuut dodelijk voor honingbijen.
Henk Tennekes vindt het niet acceptabel dat van Heemert de verantwoordelijkheid voor de sinds enkele jaren verhoogde bijensterfte bij de varroa mijt legt en de rol van neonicotinoiden ontkent. Deze parasiet, die al sinds de jaren tachtig in Europa voorkomt, is pas sinds de invoering van de neonicotinoiden een groot probleem voor bijen geworden. Wisselwerkingen van de varroa mijt met het sterk toegenomen gebruik van de neonicotinoiden in het laatste decennium liggen dus voor de hand. De resultaten van laboratoriumonderzoek zijn ook eenduidig en wijzen op een samenspel van neonicotinoiden en parasieten.
Hij riep in herinnering de controverse uit de jaren 1950 en 1960 over het verband tussen roken en longkanker. IOp dit mment echter twijfelt niemand meer aan een rol van roken bij het ontstaan van longkanker?. De door belanghebbenden gestimuleerde maar volkomen overbodige discussie van toen (over nicotine en longkanker) lijkt een nieuw jasje te hebben gekregen. in de Tweede kamer is wordt nog steeds egesproken over de mogelijke rol van neonicotinen bij bijensterfte, terwijl al lang aangetoond is dat die er is. Daardoor blijven noodzakelijke maatregelen om de bijen te redden uit.
Bijensterfte is alleen maar het topje van een ijsberg. Imidacloprid veroorzaakt in Nederland grond- en oppervlaktewaterverontreiniging waardoor het gif zich in het milieu kan verspreiden. Bodeminsecten en wilde planten (en daarmee ook andere niet-doelwit insecten) worden daardoor ongewild vergiftigd met imidacloprid. Onderzoek van de universiteit Utrecht heeft aangetoond dat vliegen en muggen schaarser worden naarmate de concentraties van imidacloprid in het oppervlaktewater toenemen.
In Nederland was het aantal vlinders nog nooit zo laag als in 2008. Dagvlinders nemen in aantal af, en het aantal soorten dagvlinders dat als bedreigd en kwetsbaar op de Rode Lijst staat, is de afgelopen tien jaar toegenomen. De achteruitgang van insecten heeft ook rampzalige gevolgen voor vogels, omdat een onmisbare eiwitbron voor het groot brengen van hun kuikens steeds schaarser wordt. "We stevenen door een veel te liberaal toelatingsbeleid van neonicotinoiden af op een giftig landschap waarin uiteindelijk alleen het winstgevende gewas nog kan overleven. Nederlandse akkers veranderen daardoor voor onze ogen in een kerkhof van de biodiversiteit. Rachel Carson heeft het een halve eeuw geleden al voorspeld. En ik vrees dat ze gelijk gaat krijgen" aldus Henk Tennekes