Ooit legde vlas de basis voor de Twentse textiel. Straks moet dit gewas de streek weer een revolutie bezorgen: die van bioverf. Ze noemen het zelf de renaissance van de lijnolieverf, schildersbedrijf Gebr. Van der Geest en verffabrikant Kees Rolsma, twee Twentse bedrijven die deze biologische verf nieuw leven willen inblazen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de natuurlijke verf (gemaakt van de lijnolie uit vlas en natuurlijke kleurpigmenten) naar de verre hoekjes op het verfschap verdrongen.
Van der Geest en Rolsma vinden dat de tijd is rijp voor een revival. Nieuwe technieken maken het mogelijk de lijnolieverf sneller drogend en beter glanzend te maken. "Als je dat voegt bij de voordelen van een langere levensduur, betere uv-bestendigheid en een milieuneutraal product", zegt directeur Bas van der Geest, "dan heb je goud in handen. Vergeet ook niet dat vlas in een jaar kan groeien en dat de aardolievoorraad, waar de chemische verven van worden gemaakt, aan het uitputten is."
Van der Geest en Rolsma gaan de lijnolieverf daarom nadrukkelijker in de markt zetten als groen en gezond alternatief en tegelijkertijd werken aan verkorting van de droogtijd (nu 3 à 4 uur) en een betere glanswerking (lijnolie is nu nog wat matter dan synthetische verf), zodat schilders de verf eerder zullen gaan toepassen.
Ze doen dat in het project Biobased Economy & Technology Oost-Nederland, waarvan Bas van der Geest tevens projectleider is. Het biobasedproject gaat ook kwasten uit biologische garens ontwikkelen, speelgoed met biologische pigmenten (SES Enschede) en geotextiel van biologisch afbreekbare garens.
Bron: TC Tubantia